Verhaal

Bezorgd door het Verzet

Een onschuldig meisje op de fiets, dat was Tiny Michel. Er zat een koperen bandje om haar stuur. Dat verzekerde haar ervan dat ze een jaar lang de fiets vrij mocht gebruiken. Dat was nodig voor haar werk. Kriskras trapte ze door Almelo met bonnen van de melkrijders, maar ook wel eens met minder onschuldige goederen. 

Iedereen die een fiets nodig had voor werk of school kon zo’n koperen bandje aanvragen. Eerst fietste ze van Wierden naar Almelo om naar de handelsavondschool te gaan. Ook tijdens de oorlog werd er zoveel mogelijk gewoon lesgegeven op de scholen. Bij Wierden stuitte ze op een strenge controle. Ze waarschuwde haar broer Heike Michel, die bij de bank werkte. Hij moest vooral ook de jongen van Smeenk waarschuwen, die richting Wierden moest.

Later, als jongste bediende van het AKO kantoor, incasseerde ze de bonnen van de melkrijders. Tiny moest de bonnen inplakken, controleren en op vrijdag naar het distributiekantoor aan de Oranjestraat in Almelo brengen. Tiny fietste daardoor veel heen en weer door de stad. Zo nu en dan werd ze gevraagd om de krant Trouw weg te brengen.

Ook vervoerde Tiny etenswaren, geld en soms, diep verstopt onder de levensmiddelen, een revolver. De koeriersters, waarvan er vele op de fiets Overijssel doorkruisten, spraken niet met elkaar over hun activiteiten. Alleen van sommige adressen werd bijvoorbeeld gezegd: “daar kun je wel zijn." Dat betekende dat je er eten en onderdak kon krijgen. Dat met die revolver zat zo: de verzetsmannen Lancker en Nieuwboer moesten ergens naar toe, op de fiets. Op een redelijke afstand fietste Tiny achter hen aan, met in haar fietstas Lanckers revolver. Mochten de verzetsmannen bij een controle onverhoopt aangehouden worden, dan konden ze vrijuit gaan.  

Ze moest zich melden bij Rompelman aan de Bavinkstraat. Er werd opengedaan door twee jongens, ze herkende hen als clubje vrienden uit het verzet. Haar verloofde, Meulenbeld en Van Walderveen zaten achter een muurtje op de uitkijk. Meulenbeld woonde in Hoge Hexel bij boer Dieks. Tiny kreeg de opdracht om in Haarle een pakketje op te halen. Daar, in een café onderaan de berg, kreeg ze twee pakketjes met geld.  Een voor politieman Heeten en een voor Jakma in Zwolle, die dit geld gebruikten voor onderduikers.

Het geld dat in Zwolle is gevonden was niet van de Almelose bankoverval, waar ze overigens niets van wist. Waarschijnlijk kwam het van andere overvallen of werd het gedropt vanuit het bevrijde zuiden.

Jakma dreef een boekhandel in Zwolle. Deze winkel aan de Assendorperstraat was tevens een contactadres voor het verzet. Kort voor de bevrijding was er een inval in de boekhandel. Jakma en onderduiker Andries Kalter werden gefusilleerd. Jakma’s vrouw werd gedeporteerd naar Westerbork. Kort na de bevrijding kwam ze terug naar Zwolle. Tiny trouwde met Meulenbeld. Samen zetten zij de boekhandel voort.